Negen-en-een-half
Zondagochtend 11:15. Ik lig heerlijk op de bank te genieten van mijn eerste echte vrije dag. Mijn lichaam doet zeer en mijn ogen voelen zwaar, maar mijn mond staat op glimlachen. Vier dagen geleden, woensdag 25 mei 2011, heb ik tien jaar studie afgerond met een prachtig cijfer: een 9.5.
Tien jaar geleden deed ik toelating aan het Koninklijk Conservatorium. Ik kan me nog heel goed het telefoontje, dat ik van de toenmalige directeur Frans de Ruiter na mijn auditie kreeg, herinneren. Ze zagen muzikaal talent en goede vingers, maar waren niet helemaal overtuigd of ik het zou redden. Omdat ik ook het huis uit moest en mijn middelbare school in Harderwijk zou moeten verlaten voor de middelbare school in het Conservatorium, vond hij het een erg grote stap en wilde dat mijn ouders en ik er heel goed over na zouden denken.
Maar ik had de beslissing al lang genomen…
10 jaar worsteling, maar vooral ook heel veel plezier en muzikale vreugde wilde ik op een bijzondere manier afsluiten. Omdat ik in maart zo’n plezier heb beleefd aan het spelen met orkest in Graz, wilde ik dit ook onderdeel laten zijn van mijn eindexamen. Ik ben als een gek gaan rondbellen en uiteindelijk heb ik het Collegium Musicum bereid gevonden het Schumann pianoconcert in de korte tijd die
er was in te studeren. Ik wilde er een echt concert van maken. Het examengevoel wegnemen. En voor mijn gevoel is dat gelukt.
Ik ben nog nooit zo zenuwachtig geweest. Kon geen hap door mijn keel krijgen en vroeg mezelf constant af waarom ik in godsnaam voor dit vak gekozen heb. Dan is het opeens 20:00 en sta ik in mijn nieuwe jurk achter het podium met bonzend hart te wachten. De zaal loopt vol,en ik besef dat er geen weg terug is. Het zaallicht gaat uit, en ik krijg het teken. Opeens sta ik daar, mijn hand aan de vleugel, buigend voor al die klappende handen. En dan weet ik het…
Rustig ga ik zitten en knik naar de dirigent. Het concert begint. Ik was ontroerd door alle mensen die er waren. Sommigen had ik al jaren niet gezien. Terwijl ik stond te genieten, zat de jury in overleg. Als ze eruit zijn komt mijn docent Naum Grubert me ophalen en samen lopen we naar de jurykamer.
“Do I have a bad mark?”
“Yes…unfortunately.” (met een russische lach)
Na het horen van het cijfer kon ik niks anders doen dan breeduit glimlachen. En nog steeds als ik aan die avond terug denk verschijnt er een lach, en spreken mijn lippen: een 9.5!
Ik ga lekker een paar dagen uitrusten.
Tot over 2 jaar bij mijn Master examen!
Eindexamenconcert 25 mei
Eindelijk is het dan zo ver!
Na 10 jaar studie aan het Koninklijk Conservatorium doe ik eindexamen bachelor!
Iedereen is welkom op 25 mei om 20:00 in de Arnold Schönbergzaal van het Koninklijk Conservatorium in Den Haag!
En weg is de Vliegende Vleugel maar weer
Volkskrant
REPORTAGE, Van onze verslaggever Roland de Beer
gepubliceerd op 16 juni 2008 00:00, bijgewerkt op 14:42
DEN HAAG – Festival ClassiqueHet leek een oudbollig feest te worden. Maar voor ‘beginners’, ‘genieters’ en ‘avonturiers’ leeft het weer in Den Haag.
DEN HAAG Over de Hofvijver vaart een gondel. Even verder houdt zich een reddingssloep met buitenboordmotor paraat. ‘Buiten. Gewoon. Klassiek’, meldt het opschrift van een overdekte podiumstellage, opgebouwd boven het water naast het Torentje van Balkenende.
Directeur Stef Collignon van het Haagse Festival Classique, tweede editie, inspecteert zaterdag licht strompelend het podium. Hij werd op vrijdag de dertiende, na een Hofvijverconcert met Saint-Saëns’ Danse macabre en ander orkestwerk over ‘noodlot en horror’, getroffen door een zweepslag in het kuitbeen, en zal zijn weg over het festivalparcours vervolgen met een kruk. Een parcours van drie dagen, volgens het spoorboekje. Met een stortvloed aan concerten, zowel binnen (‘Inspirerend. Ontroerend’) als buiten (‘Spannend. Romantisch’).
Stockhausen ligt hier niet voor de hand. De term Classique, tot vorig jaar (toen zich de eerste editie afspeelde) nog voorbehouden aan koffie en Beemster kaas, wekt ook geen verwachtingen omtrent een Verschrikkelijk Orkest van de Eenentwintigste Eeuw à la Louis Andriessen. Aankondigingen van een Nacht van de Romantique en een middag rond gastprogrammeur Maartje van Weegen deden op papier de oubolligheidsmeter ver in het rode gebied uitslaan.
De werkelijkheid rond het Binnenhof blijkt mee te vallen. In zaal Diligentia aan het Lange Voorhout draagt een jonge Nederlands kampioene in het voorlezen het verhaal voor van Stravinsky’s Pulcinella, voordat het Friese viooltalent Simone Lamsma het stuk aanheft. Winkelend publiek in de Passage wacht met festivalboekjes in de hand op een Vliegende Vleugel.
Zoekende blikken: geen vleugel te bekennen. Wel een straataccordeonist met een kartonnen bekertje aan de voeten, maar die hoort niet bij het randprogramma. ‘De vliegende vleugel is gevlogen’, concludeert een Haagse dame spijtig. Wachtenden kijken omhoog en zien alleen netten die tegen de duiven zijn gespannen. Haagse dame: ‘De vraag is, waar zal ie landen?’
Bij het concert Beauty and the Beast op het Hofvijverpodium wordt Richard van Roesel verwelkomd, winnaar van het daags tevoren gehouden Nederlands kampioenschap luchtdirigeren. Zijn prijs – een gastdirectie bij het Nederlands Theaterorkest – viert hij met Beethovens Vijfde Symfonie, in bekorte versie. De luchtdirigent blijkt een rasvirtuoos in het aangeven van inzetten die reeds geklonken hebben, wendt zich als een dirigerende Danny Kaye om naar het publiek en onderstreept het slotakkoord door zijn stokje in de Hofvijver te gooien. Applaus.
‘Beauty’ (de langgelokte viola da gamba-speler Ralph Rousseau Meulenbroeks, die volgens NTO-dirigent Jules van Hessen zijn glanscarrière begon met een bezoek aan de kapper van pianist Jan Vayne) vertolkt het duet uit Bizets De parelvissers met de als Beast aangekondigde meestertubaïst Jens-Björn Larsen uit Denemarken. Leerzaam: de gamba wordt even vaak gestemd als de buitenboordschroef van de reddingssloep van Hofvijveralgen wordt ontdaan.
De Festival Classique-programmering kent aanraders in drie categorieën: voor beginners, ‘genieters’ en ‘avonturiers’. Laatstgenoemden verzamelen zich in de Koninklijke Schouwburg voor muziek uit Brechts Moeder Courage, vertolkt door Anstatt dass Trio. En zien bij het naar buiten gaan een Saab over het Korte Voorhout flitsen met een aanhangklavier op luchtbanden er achteraan, inclusief bespeelster. De Vliegende Vleugel, ook bekend van Theaterfestival De Parade. De bespeelster (Iris Hond) laat horen dat een concert voor piano en orkest van Chopin best zonder orkest kan, en weg is ze weer.
Tijdpaden doorkruisen elkaar in dit festival, dat volgens burgemeester Van Aartsen bestemd is voor ‘iedereen die zich wil laten ontroeren’. Genieters en avonturiers vullen gelijkelijk de Waalse Kerk, waar het Requiem van Fauré tot klinken komt in een eminente uitvoering door het Residentie Kamerkoor en Bachorkest onder Jos Vermunt, maar moeten Tijdmachine 2 (‘genieters’) met pianist Paolo Giacometti missen, stipt op tijd begonnen in Sociëteit de Witte.
Aan de cafétafeltjes aan het Lange Voorhout komt wel zomaar een sopraan Mozart zingen tijdens Spanje-Zweden (2-1), terwijl de meestergambist Meulenbroeks in het Historisch Museum zelfs Rusland-Griekenland (1-0) grandioos aan zijn laars lapt.
‘Werkte het maar bij elke man zo makkelijk’, verzucht Hofvijverpresentatrice en musicalbabe Chantal Janzen over de krachtpatser Samson, die met zijn haar ook zijn lichaamskrachtverliest in Saint-Saëns’ opera Samson et Délila. Het Residentie Orkest speelt er een fragment uit onder leiding van Neeme Järvi, voor een volle vijvertribune, nog eens duizenden op de oever, en twee zwanen die ronddobberen tussen een vlot voor Zwanenmeer-balletdansers en een watertaxi van Canal Hopper Delft.
Als de avond valt, Tsjaikovski klinkt, lijn 17 knarsend op juiste toonhoogte door de bocht gaat, de gondel met AVRO-babe Chantal Janzen op Canal Hopper Delft botst, en Tonight uit de West Side Story groots versterkt langs het Mauritshuis kaatst, is de conclusie duidelijk: in Den Haag gebeurt tenminste weer wat.

